Home | Contact

Het begin van de Cattery

In 1990 ben ik op mezelf gaan wonen, en tja het was erg stil alleen. Mijn zus had twee heilige birmanen en die waren heel lief. Dus …….. ik ook op zoek. 

Ik kwam toen in Nijverdal terecht bij Joke Manenschijn. Ze had een nestje van twee katertjes en ik zou ze alle twee mogen kopen/hebben. In overleg met mij, besloot Joke om met één van de katertjes te gaan fokken (Valentijn). Geen probleem want ze had gezorgd voor een ander katertje bij andere fokker.

Sylvester in zijn jonge jaren

Tja, het was eindelijk zo ver. We mochten Sylvester gaan halen en thuis gekomen kon Sylvester goed met onze fox terriër overweg. Maar toen kwam het. We zouden het andere katertje gaan halen (ook Valentijn) in Apeldoorn, alleen toen we er kwamen kregen we te horen dat Valentijn tussen de andere grote katten in een gevecht had gezeten.

Ach, het zou wel gaan lukken. Dus niet….. Valentijn was erg bang van andere katten. Zo lang we thuis waren was het geen probleem, alleen zo gauw we weg waren (voor het raam stonden te kijken) liet Sylvester, Valentijn alle kanten van de kamer zien. Dit hebben we een week aan gekeken en moesten toen jammer genoeg Valentijn terug brengen.

Uiteraard hebben we toen Joke gebeld. Wat nu? Joke had de volgende oplossing voor mij. Er zou binnenkort een nieuw nestje geboren worden en ik zou als eerste er eentje uit mogen kiezen. Dus daar was Bleuye (mijn maatje!). En dan duren de 13 weken erg lang. Maar zoals gezegd we konden hem ophalen, zetten hem in huis voor Sylvester. Bleuye deed zijn staart omhoog en had zoiets van “kom maar op, ik sla gewoon terug”. Yes, het waren maatjes voor het leven, behalve als Bleuye alleen naar de dierenarts was geweest (zonder Sylvester) dan brak de hel los (stond ik daar de 1e keer om 12.00 uur ’s nachts twee katten te wassen en met baby poeder in te smeren). NIETS hielp, want die lucht was verschrikkelijk volgens Sylvester, hij kon zijn maatje wel vermoorden. Het was zo erg dat ik ze dan naar mijn moeder moest brengen, die ze bij haar thuis aan een lijn in de tuin liet lopen, zodat de lucht eruit was en na 1 dag was het gelukkig weer goed. Als Bleuye dus in het vervolg naar de dierenarts ging, dan moest Sylvester verplicht mee. De dierenarts lachte me uit, maar het hielp wel. 

Het leukste was dat toen ik Christian leerde kennen. Bleuye zoiets had van het vrouwtje is van mij en daar kom je niet aan. Naar een paar jaar lukte het Christian om Bleuye op schoot te krijgen, maar als ik dan zei: “Beertje wat doe je nu”, zat ie alweer bij mij op schoot. Heerlijk zo’n kat. Als we ’s avonds in bed lagen was het helemaal lachen, want dan ging Bleuye tussen in liggen met een blik naar Chris van: “wat doe jij hier en dichter bij kom je echt niet”, lief hé.

Sylvester was iedereen zijn vriend. Wij zeiden ook altijd dat het een goede kat voor in het bejaardentehuis zou zijn. Kan hij alle kamertjes af om geknuffeld te worden en dat zou hij ook heerlijk hebben gevonden.

Blueye Sylvester

Bleuye kreeg op 14 jarige leeftijd last van een hartspier die steeds maar groter werd, waardoor het bloed in zijn hart niet meer goed stroomde. We hebben het geprobeerd met medicijnen, maar uiteindelijk, op 15 jarige leeftijd, hebben we hem toch in moeten laten slapen, snik.

Sylvester had toen al een nierprobleem en besloot ook nog even, toen Bleuye er niet meer was, om niet meer te eten. Probleem dus want een kat die niet eet gaat niet lang goed. We hebben toen blikjes bij de dierenarts gekocht (voor katten die na een operatie moeten aansterken) en deze verdund met kattenmelk en/of water om ze vervolgens in een spuit zo’n 12 keer op een dag in zijn bek te spuiten. Raar genoeg accepteerde hij dit, en het was zelfs zo, dat als hij honger had hij erom kwam vragen. Tja zit je daar een kat te voeren met een slabbetje om, want anders zal alles onder. Uiteindelijk is hij 16 ½ jaar oud geworden, het ging niet meer. Gelukkig is hij nu bij zijn maatje.

Wat denk je een huis zonder katten, das niks, dus wij op zoek en ja hoor in Groningen (andere kant van Nederland) hadden ze een nestje van 3 katertjes. Wij mailen en zelfs een dagje over naar Groningen,om te gaan kijken. Het ging allemaal heel erg goed, het waren dropjes. We zouden dan ook twee broertjes kopen/nemen.

De kittens moesten voor de 2e prik naar de dierenarts.  Ik kwam ’s middag thuis en zag een vreemd nummer op de telefoonmelder, dacht zal maar ff terug bellen. Ik kreeg de eigenaar aan de telefoon en begreep dat hij het er moeilijk mee had om het te vertellen. Hij zei dat er twee dierenartsen en twee assistentes naar gekeken hadden en tja nu komt het……. de “heren” bleken “dames” te zijn. Dus ik schiet in de lach. Even gebabbeld en zei toen, “moet het overleggen met Christian, maar ik weet het al, dus ik bel straks wel terug”. Christian kwam thuis en ik zei met een ernstige blik: “heb wat vervelends te vertellen over de katten” en ja daar kwam het, hij schiet ook in de lach, we hadden alle twee hetzelfde besloten. We nemen ze gewoon, want je had er al 11 weken ofzo naar toegeleefd en zelfs al namen verzonnen. Dus ze hoorden al bij ons.

Monthy en Mauser

We hebben toen Monthy en Mauser gehaald, maar wat bleek na een maand of 8……. Dames zijn toch echt anders dan heren. Het zijn qua karakter toch echt meiden, onze Monthy kan een echte secreet zijn met een kopje erop. Haar wil is wet. Mauser is heel lief en komt alleen even kroelen als ze er zin in heeft.

Toen ze er een poosje waren had ik zoiets van, ik mis mijn jongens qua karakter, lekker kroelen en zo. Dus in goed overleg met Joke Manenschijn was onze conclusie om van alle twee de dames een nestje te nemen in de hoop dat er ook 2 katertjes bij zitten. En zodoende is de cattery en deze site ontstaan. 

Inmiddels hebben alle twee de dames hun eerste nestje gehad en jawel in alle twee de nestjes zat een katertje. Nitro en Savage. Nu beide meiden volwassen zijn, is het karakter toch weer bij gedraaid. Hadden ze toen het karakter gehad welke ze nu hebben dan waren we waarschijnlijk nooit aan ons eerste nestje begonnen. Het zal de pubbertijd wel geweest zijn....